Willen meer jongeren door de COVID-19 uitbraak in de zorg werken?

Willen meer jongeren door de COVID-19 uitbraak in de zorg werken?
Porres vroeg zich af of de COVID-19 uitbraak ervoor heeft gezorgd dat meer jongeren in de zorg willen werken. Daarom hebben wij jong-ondernemer Jort Verhage (17) van De Hofnar gevraagd om dit te peilen onder zijn volgers. Jort nam de proef op de som onder zijn leeftijdsgenoten en vroeg, via social media, 68 jongeren naar hun standpunt over de zorg.

(Her)waardering van de zorg onder jongeren.

De COVID-19 uitbraak heeft er voor gezorgd dat er veel aandacht voor zorgmedewerkers op gang is gebracht in de media en politiek. Zo wordt de hashtag #hartvoordezorg breed gedeeld, wordt zorgpersoneel door ondernemers verwend met bloemen en wordt er bij ingangen van zorgorganisaties volop gestoepkrijt. Mooi om te zien dat een sector die op het gebied van imago in het afgelopen decennium het zo zwaar te verduren heeft gehad, nu zo positief wordt gewaardeerd.

Dit beeld komt ook naar voren bij het onderzoek van Jort onder 68 jongeren die via Instagram hun mening konden geven over de zorg. De ondervraagden denken dat het werken in de zorg soms emotioneel zwaar is en dat er een hoge werkdruk bestaat. Daarentegen gaven zij ook aan dat het onmisbaar werk is waar passievolle mensen met een groot hart werken. Dit is in lijn met het algemene beeld van werken in de zorgsector¹. Helaas is dit ook het geval onder de jongeren die al in de zorg werken. Deze groep ervaart een hoge werkdruk en vinden het werk vaak emotioneel en fysiek zwaar².

Ondanks heeft 67% van de jongeren aangegeven nu meer begrip voor zorgpersoneel te hebben dan vóór de COVID-19 uitbraak. Daarbij gaf 11% aan dat zij er nu wel aan denken om in de zorg te gaan werken, terwijl dit voorheen niet het geval was. De Hofnarren geven het advies om nu diverse wervingscampagnes op te zetten om zodoende middelbare scholieren, die door COVID-19 geïnteresseerd zijn geraakt in het werken in de zorg, vroegtijdig te kunnen informeren naar hun (opleidings)mogelijkheden. Op landelijk niveau heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en werknemers- en werkgeversorganisaties de Ik Zorg campagne (www.ontdekdezorg.nl) gelanceerd, met als doel meer mensen enthousiast te maken én te houden voor werk in de sector. Ook de zorgorganisaties zelfs kunnen hier een steentje aan bijdragen door op lokaal niveau jongeren enthousiaster te maken voor de zorg.

Want zo komt uit onderzoek dat 78% van de jongeren graag vrijwillig zouden willen bijspringen in deze crisistijd. Er zijn natuurlijk genoeg hulpvragen buiten de zorg om, waar zij o.a. via ready2help of NLvoorelkaar zich voor kunnen aanmelden. Maar, zo concludeert de Hofnar: “er zou ook eens gekeken moeten worden hoe jongeren juist in de zorg vrijwillig kunnen bijspringen, om zo meer jongeren aan te trekken die hierdoor een carrière in de zorg beginnen.”

Kortom, wacht niet totdat de positieve uitwerking van de COVID-19 uitbraak voorbij is, maar kom nu in actie om meer jongeren te werven voor uw zorgorganisatie én de zorgsector. Porres helpt u daar uiteraard graag bij.

De Hofnar

“Praat niet over jongeren, neem geen beslissingen voor jongeren, maar ga met jongeren in gesprek!” Met deze ambitie heeft Jort Verhage (17) De Hofnar opgezet. Samen met 35 andere hofnarren, tussen de 8 – 23 jaar, schuift hij aan bij bestuurders, managers en CEO’s om de ideeën van jongeren kenbaar te maken. “De Hofnar was vroeger iemand uit de onderklasse, die de bovenklasse van advies mocht dienen, zonder enige sancties. Hij gaf op een humoristische wijze raad aan de koning. Ook onze hofnarren zijn getraind om bij bestuurders aan tafel te zitten en buiten de kaders te denken. Wij denken namelijk niet alleen ‘out of the box’, wij zíjn ‘out of the box’.”

¹ https://www.mijngezondheidsgids.nl/naar-beter-imago-werken-ouderenzorg/
² https://www.izz.nl/zorgorganisaties/thema/onderzoek/behoud-jong-zorgtalent/artikelen/onderzoek-naar-gezondheid-en-welzijn-op-het-werk-onder-jongeren-in-de-zorg

Porres

Plaats een reactie

%d bloggers liken dit: